(Novum) - Turkse immigranten met een verblijfsvergunning kunnen niet worden verplicht een inburgeringscursus te volgen. Dat is in strijd met een verdrag dat Turkije heeft gesloten met de Europese Unie, blijkt uit een uitspraak van de rechtbank in Rotterdam. Twee Turken, een 'oudkomer' en een 'nieuwkomer', hadden de zaak aangespannen. Zij zijn het niet eens met de nieuwe Wet inburgering die sinds 2007 van kracht is. Deze wet verplicht immigranten met een verblijfsvergunning om een inburgeringsexamen te behalen. EU-burgers zijn hiervan vrijgesteld. Volgens de rechter is deze verplichting echter in strijd met de non-discriminatiebepaling uit de zogeheten associatieovereenkomst die Turkije en de Europese Unie hebben gesloten. Die bepaalt dat Turkse onderdanen niet meer geld mogen betalen om een verblijfsvergunning te krijgen dan burgers uit de EU. En het halen van een inburgeringsexamen kost geld. Ook is de verplichting strijdig met een besluit waarin is afgesproken dat de EU-lidstaten sinds 1 december 1980 geen nieuwe maatregelen mogen invoeren die de positie van Turkse werknemers op de arbeidsmarkt belemmert. En dat is bij een verplichte inburgeringsexamen het geval, meent de rechtbank. Wie het examen namelijk niet haalt, komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Hierdoor kunnen Turkse werknemers weer moeilijker een lening of hypotheek krijgen. Dat is allemaal van invloed op het functioneren van de arbeidsmarkt, aldus de rechter. De rechtbank wijst erop dat bij de totstandkoming van de wet de vraag of Turkse onderdanen de inburgeringsplicht kan worden opgelegd, niet duidelijk is beantwoord. Overigens staat het Turkse onderdanen die de Nederlandse taal niet spreken en de samenleving niet kennen vrij om op vrijwillige basis een inburgeringscursus te volgen. link