De persoonlijk secretaris van wijlen de Iraakse leider Saddam Hussein is geëxecuteerd. Abed Hamid Hmoud is donderdag opgehangen, zei een woordvoerder van het Iraakse ministerie van justitie. Zijn lichaam wordt in de loop van donderdag overgedragen aan zijn familie.
Hmoud was een van de vijftien hooggeplaatste Irakezen die zijn berecht voor hun aandeel in het brute geweld waarmee het regime de sjiitische opstand na de eerste Golfoorlog in 1991 neersloeg. Hij was schuldig bevonden aan het vervolgen van de sjiitische oppositie en indertijd verboden religieuze partijen, liet een rechtbankmedewerker weten.
Op de Amerikaanse lijst van meestgezochte handlangers van Saddam Hussein moest Hmoud slechts Saddam zelf en diens zonen Qusai en Odai laten voorgaan. De vijftiger was de ruitenaas in het kaartspel dat het Amerikaanse leger uitdeelde als geheugensteuntje bij de klopjacht naar Saddams voortvluchtige vertrouwelingen. Hmoud bepaalde wie toegang kreeg tot Saddam en was een van de schaarse personen die diens volledige vertrouwen genoten. Hmoud, een verre neef van Saddam, stamde net als hij uit de noordelijke stad Tikrit.
Sinds een Amerikaanse invasiemacht Saddam Hussein in 2003 uit de macht verdreef hebben de nieuwe machthebbers een reeks van zijn vooraanstaande vertrouwelingen terechtgesteld. De laatste executie was die van Saddams beruchte neef die naam maakte als 'Ali Chemicali', in januari 2010. Langjarig minister van buitenlandse zaken Tariq Aziz zit sinds 2010 in de dodencel.


Novum