Zo’n vijf jaar terug ontdekten investeerders en projectontwikkelaars op grote schaal Turkije. De winkelcentra schieten sindsdien als paddenstoelen uit de grond. De recessie die een flink deel van de wereld economisch pijn doet heet slechts ‘een tijdelijke spelbreker’. “Turkije is verre van verzadigd.” Turkije was tot midden jaren tachtig een slapende reus met een economie die in een keurslijf zat van een alles verstikkende bureaucratie, chronische inflatie en torenhoge belastingen. Een golf van liberaliseringen, een meer op de achtergrond opererende overheid en verbeteringen van het investeringsklimaat hebben het land op het kruispunt van Europa, Azië en het Midden- Oosten flinke impulsen gegeven. Hoewel Turkije door economen ook wel ‘het tweede Duitsland’ wordt genoemd, is de ontwikkeling van de economie gerust woest te noemen. Zo beleefde de Turkse economie in het eerste kwartaal van 2009 een recordkrimp van 13,8 procent. Om de eerste drie maanden van dit jaar weer met 11,7 procent te groeien; één van de hoogste groeicijfers van de OESO, de club van dertig rijkste landen ter wereld. Bron: link